Vanaf 1 januari 2018 is het wettelijk huwelijksvermogensrecht gewijzigd. De omvang van de wettelijke gemeenschap van goederen is beperkt (Stb. 2017, 177 jo. Stb. 2017, 178).

Op 1 januari 2012 is de Wet aanpassing wettelijke gemeenschap van goederen in werking getreden. Dit heeft een aantal belangrijke gevolgen. Het tijdstip van ontbinding van de gemeenschap van goederen is gewijzigd.

Tot dan toe werd de gemeenschap ontbonden door inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand. Vanaf 1 januari 2012 is de gemeenschap al ontbonden op het moment waarop het verzoek tot echtscheiding, of ontbinding van een geregistreerd partnerschap, wordt ingediend. Verder geldt aan, het einde van het huwelijk, voor vergoedingsvorderingen ter verrekening van bedragen die vanaf 1 januari 2012 zijn betaald, de beleggingsleer en niet meer de nominaliteitsleer.

Vanaf deze datum is elke echtgenoot bestuursbevoegd over de niet op naam staande goederen van de gemeenschap. Wat ook wijzigt is de aansprakelijkheid voor gemeenschapsschulden na ontbinding van de huwelijksgemeenschap. Vanaf 1 januari 2012 is de ene echtgenoot voor gemeenschapsschulden, die de ander is aangegaan, hoofdelijk aansprakelijk, maar kan daarvoor slechts worden uitgewonnen, wat die echtgenoot zelf bij de verdeling uit de gemeenschap heeft verkregen. Ook is nog van belang dat echtgenoten vanaf 1 januari 2012 elkaar desgevraagd inlichtingen moeten verstrekken over het door hen gevoerde bestuur en over de stand van hun goederen en schulden.